De Norbertinessengemeenschap Sint-Catharinadal is vanaf 1271 een besloten gemeenschap geweest, waarin het gemeenschappelijk gebed een groot gedeelte van de dag vulde. Uiteraard waren de zusters ook afhankelijk van de wisseling der tijden en levensomstandigheden, maar uit de archieven blijkt dat er steeds opnieuw een prioriteit werd toegekend aan dit z.g. koorofficie.

De oudere zusters van onze gemeenschap kunnen zich de vroegere dagorde nog heel goed herinneren.

‘s Nachts om kwart voor één werden de zusters gewekt, en om één uur begonnen de voorgeschreven gezamenlijke gebeden, de z.g. metten en lauden. Meestal had de klok al half drie geslagen voordat het laatste “amen” geklonken had.

Om zes uur ‘s morgens werden we door de bel gewekt. Om half zeven was er een persoonlijke meditatie, waarna aansluitend om zeven uur gemeenschappelijk de z.g. primen gebeden werden, gevolgd door de Eucharistieviering. Ook volgde nog de kapittelbijeenkomst waarin de medezusters werden herdacht, die op deze dag, vanaf het ontstaan van onze gemeenschap waren overleden.

Om half tien gingen de zusters weer naar de kerk voor de terts en de sext, twee gebedstijden die tezamen rond drie kwartier duurden.

Na de maaltijd die om twaalf uur begon, gingen de zusters hardop biddend naar de kerk voor het zingen van de nonen, een gebed van omstreeks twintig minuten.

Om twee uur was er het rozenhoedje. Maar om vijf uur waren de gezongen vespers, dit waren gebeden die enigermate plechtiger waren dan de bovengenoemde.

Tenslotte werd om kwart voor acht de dag besloten met de completen, waarna de zusters hun slaapkamer weer konden opzoeken.

Omdat de gemeenschappelijke gebeden in de Latijnse taal werden gezongen, moesten de jonge zusters Latijn én Gregoriaanse muziek leren, wat veel tijd in beslag nam.

Een dag volgens bovenstaand programma, was een dag voor de Heer, in gebed en overgave, maar ook een dag van uiterste eenvoud op materieel gebied.

Na de tweede wereldoorlog veranderde langzaam de levenshouding van de mensen. De wederopbouw gaf nieuwe mogelijkheden die het leven veraangenaamden en op bepaalde punten meer luxe verschaften. Ook in de kloosters waren aanpassingen noodzakelijk.

Rond 1965 werden de vele onderdelen van de liturgie, zoals het taalgebruik, en andere voorschriften bij plechtigheden ter discussie gesteld.

In Sint-Catharinadal waren er bovendien andere factoren die meespeelden. Zo werd het verschil tussen de twee groepen zusters –een groep met uitgebreide gebedsdiensten in het Latijn, en een andere groep met eenvoudige gebeden in de Nederlandse taal- met de bouw van de nieuwe kerk opgeheven. Tenslotte waren er de economische zorgen, die verlicht moesten worden door het verrichten van betaalde arbeid van zusters in eigen atelier.

Via actieve deelname aan vele vergaderingen in kerkprovincie en de Norbertijner orde, en na veel overleg in de eigen gemeenschap werd de stap gezet naar een andere dagorde en vooral een invulling van de gemeenschappelijke gebedstijden.

In hoofdzaak kwam het erop neer dat de dagorde werd: zes uur wekken, half zeven de morgengebeden, waarna de Eucharistieviering, om twee uur de middagdienst en om zeven uur de avonddienst met tot slot om half tien een korte dagsluiting.

Onder leiding van de Priester Proost P.M. Broeckx werd een werkgroep Liturgie opgericht, die voor de eigen gemeenschap gezangen en gebeden bijeen bracht. Het uitgangspunt was het brevier van de Nederlandse kerkprovincie, dat nog aangevuld met psalmen en lezingen, voor de zusters de voldoening gaf van het behoud van een volledig koorgebed door de gehele dag.

Speciale aandacht werd gegeven aan het op zang zetten van de gebeden. Gelukkig waren er muzikale zusters in de gemeenschap, die onder leiding van Pater N. de Goede de nodige composities wisten te maken, die door de gemeenschap gezongen konden worden.

Zo werden er de nodige boekjes in elkaar gezet voor alle diensten van de dag, maar daarnaast ook nog aangepast aan de verschillende tijden van het jaar.

De belangrijke kerkelijke feestdagen kregen door de tijden heen allen eigen boekjes, maar ook voor speciale gelegenheden werden en worden voor alle zusters én voor de gasten speciale diensten verzorgd.

Aardig is het te zien, hoe de eerste jaren muziek met de hand geschreven werd en de boekjes gestencild werden. Terwijl nu de muziek door de computer op muziekschrift wordt gezet, gekopieerd wordt, en de kaftjes ook rijker worden versierd.

De viering van de diensten vraagt onze dagelijkse aandacht en verzorging. Het was en is een belangrijke opdracht voor de Norbertinessen.

Deelname aan de gebedsdiensten door bezoekers of passanten is altijd mogelijk, ieder is van harte welkom. Zie voor aanvangstijden Kerkdiensten.